Kies je doelgroep:
Kies je bijbelvertaling:
Kernwoorden
Engelen

Engelen

Engelen zijn goede geesten, die God eren
en de gelovigen dienen.

Deel deze pagina:

Bekijk de video met uitleg over het kernwoord

Boodschappers van God

Ruben is verdiept in zijn boek. Pas als zijn moeder voor de derde keer roept, merkt hij dat ze gaan eten. Haastig schuift hij op de bank aan de keukentafel. “Sorry mam, ik had het niet gehoord. Het verhaal was zo spannend. Een zendeling in Afrika moest naar de stad. Maar het was een gevaarlijke weg, waar vaak rebellen waren. Hij kreeg autopech en moest die nacht in zijn auto slapen. In de buurt is die nacht gevochten en geschoten, maar hij sliep overal doorheen. Weet je wat de rebellen zeiden? Dat ze niets durfden, omdat er een leger om de auto stond. In het boek stond dat het engelen waren. Maar waar komen die vandaan? En wat doen ze?” “Weet je wat”, zegt zijn moeder, “na het eten lezen we een verhaal uit de Bijbel. Over een engel, die door God wordt gestuurd.”

Petrus wordt zwaar bewaakt. Hij zit gevangen in Jeruzalem, omdat hij een leider is van de christengemeente in Jeruzalem. Met twee sterke kettingen zit hij vast aan twee soldaten. Bij de deur van de gevangenis staan ook bewakers. Iedere drie uur worden ze afgelost. Ze mogen natuurlijk niet in slaap vallen!
Diezelfde nacht zijn er in Jeruzalem mensen die ook niet slapen. Het is de gemeente waar Petrus bij hoort. Zij komen samen en bidden zonder ophouden voor Petrus.
Petrus slaapt. Hij weet dat hij na het feest van Pascha veroordeeld zal worden en waarschijnlijk zelfs gedood. Maar hij is niet bang. De Heere is bij Hem!
Ineens is de cel vol licht. Petrus wordt wakker, omdat iemand aan hem schudt. Hij hoort een stem zeggen: “Kom, sta snel op!” Er staat een engel naast hem, een boodschapper uit de hemel! De zware kettingen vallen zomaar van zijn handen af. De engel geeft nog meer opdrachten: “Doe je riem om en trek je schoenen aan. Doe je jas aan en kom mee.” Petrus doet precies wat de engel zegt, maar ondertussen denkt hij dat hij droomt.
Samen met de engel loopt Petrus langs twee groepen bewakers. Die merken niets van Petrus’ bevrijding. Dan staat Petrus met de engel voor de grote ijzeren poort van de gevangenis. Maar ook die gaat zomaar open. Eindelijk zijn ze buiten. De engel loopt nog een straat mee met Petrus en dan is hij verdwenen.
Daar staat Petrus, zomaar op straat. Hij is vrij! Nu weet Petrus dat hij niet gedroomd heeft en hij zegt tegen zichzelf: “De Heere heeft Zijn engel gestuurd om mij te verlossen uit de hand van Herodes!” Snel gaat hij op weg naar het huis waar de gemeenteleden bij elkaar zijn om voor Petrus te bidden. Hij klopt op de deur van de poort. Het dienstmeisje Rhodé komt bij de poort en luistert voorzichtig wie er is. Ze hoort de stem van Petrus en vergeet van blijdschap om de poort open te doen. Ze rent naar binnen. “Het is Petrus!” roept ze. “Dat is onzin”, zeggen de mensen. Maar Rhodé houdt vol: “Hij is het echt!”. “Dan is het zijn engel die hem beschermt”, zeggen de mensen. Als ze opendoen, zien ze vol verbazing dat het echt Petrus is. Petrus vertelt hoe de Heere hem uit de gevangenis heeft bevrijd door een engel naar hem toe te sturen.

“Mooi hè! Zo gebruikt God engelen om Zijn kinderen te beschermen”, zegt Rubens moeder. “Het zijn boodschappers van God die precies doen wat God wil. Ze zijn bij God in de hemel, maar Hij stuurt ze naar de aarde als dat nodig is. Je kunt ze niet altijd zien, maar ze zijn er wel.” “Wow, dat is echt bijzonder”, zegt Ruben. “En nu ga ik gauw verder lezen in m’n boek!”

Bijbelteksten

  • Want Hij zal voor u Zijn engelen bevel geven dat zij u bewaren op al uw wegen.

    Psalm 91:11
  • Loof de HEERE, u, Zijn engelen, sterke helden, die Zijn woord uitvoeren, gehoorzaam aan het woord dat Hij spreekt. Loof de HEERE, al Zijn legermachten, dienaren van Hem, die Zijn welbehagen doen.

    Psalm 103:20-21
  • Want deze nacht stond er bij mij een engel van God, van Wie ik ben en Die ik ook dien; die zei: Wees niet bevreesd, Paulus, u moet voor de keizer terechtstaan; en zie, God heeft u allen die met u varen, geschonken.

    Handelingen 27:23-24
  • Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven?

    Hebreeën 1:14

Heidelbergse Catechismus

In de Heidelbergse Catechismus gaat het in vraag en antwoord 124 over de engelen. Daar worden ze ons als voorbeeld voorgehouden.

Als we met het Onze Vader ‘Uw wil geschiede’ bidden, vragen we of de Heere ervoor wil zorgen dat we niet doen wat we zelf willen, maar wat Hij wil. We bidden daarbij ook dat we Gods wil nét zo graag en trouw zullen doen als de engelen in de hemel dat doen.

Dag 1 Engelen - Prijzen God
Tekst: Jesaja 6:1-8 | |
  1. In het jaar dat koning Uzzia stierf, zag ik de Heere zitten op een hoge en verheven troon, en de zomen van Zijn gewaad vulden de tempel.
  2. Serafs stonden boven Hem. Ieder had zes vleugels: met twee bedekte ieder zijn gezicht, met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij.
  3. De een riep tot de ander: Heilig, heilig, heilig is de HEERE van de legermachten; heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid!
  4. De deurpinnen in de drempels schudden door de stem van hem die riep, en het huis vulde zich met rook.
  5. Toen zei ik: Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen. Mijn ogen hebben namelijk de Koning, de HEERE van de legermachten, gezien.
  6. Maar een van de serafs vloog naar mij toe, en hij had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met een tang van het altaar had genomen.
  7. Daarmee raakte hij mijn mond aan en zei: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt. Zo is uw misdaad van u geweken en uw zonde verzoend.
  8. Daarna hoorde ik de stem van de Heere. Hij zei: Wie zal Ik zenden? Wie zal er voor Ons gaan? Toen zei ik: Zie, hier ben ik, zend mij.

  • Serafs zijn engelen. Waar zijn de engelen in dit gedeelte en wat doen ze?
  • Engelen worden ook uitgezonden om mensen te dienen. Wat lees je daarover in vers 6 en 7?
  • Hoe reageert Jesaja daarop? (vers 8)

Dag 2 Engelen - Helpen onderweg
Tekst: 1 Koningen 19:1-8 | |
  1. Achab vertelde Izebel alles wat Elia had gedaan, en hoe hij allen, te weten al de profeten, met het zwaard had gedood.
  2. Toen stuurde Izebel een bode naar Elia om te zeggen: De goden mogen zó en nog erger met mij doen, als ik morgen om deze tijd uw leven niet zal maken als het leven van één van hen.
  3. Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven. Hij kwam in Berseba, dat aan Juda toebehoort, en liet zijn knecht daar achter.
  4. Hijzelf liep echter een dagreis de woestijn in, ging onder een bremstruik zitten en bad om te mogen sterven. Hij zei: Het is genoeg. Neem nu mijn leven, HEERE, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
  5. Hij ging onder een bremstruik liggen slapen, en zie, een engel raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op, eet.
  6. Hij keek op, en zie, aan zijn hoofdeinde lag een koek, op kolen gebakken, en een kruik water. Hij at en dronk en ging vervolgens weer liggen.
  7. De engel van de HEERE kwam voor de tweede maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de weg zou te zwaar voor u zijn.
  8. Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de Horeb.

  • Hoe voelt Elia zich als hij onder de bremstruik ligt? (vers 4)
  • Wat zegt de engel tegen Elia? (vers 5, 7)
  • Op welke manieren wil de Heere God ons kracht geven op onze levensweg?

Dag 3 Engelen - Beschermen
Tekst: 2 Koningen 6:8-17 | |
  1. De koning van Syrië voerde oorlog tegen Israël en pleegde overleg met zijn dienaren en zei: Mijn legerkamp moet op die en die plaats zijn.
  2. Maar de man Gods stuurde boden naar de koning van Israël om te zeggen: Wees op uw hoede dat u niet langs die plaats trekt, want de Syriërs zijn daar neergestreken.
  3. Daarom stuurde de koning van Israël een boodschap naar de plaats die de man Gods hem gezegd had en waarvoor deze hem had gewaarschuwd, zodat men daar op zijn hoede was; dat gebeurde niet een- of tweemaal.
  4. Toen werd de koning van Syrië innerlijk verbolgen over deze zaak. Hij riep zijn dienaren en zei tegen hen: Kunt u mij niet vertellen wie van ons voor de koning van Israël is?
  5. En een van zijn dienaren zei: Nee, mijn heer koning, maar Elisa, de profeet die in Israël is, maakt de koning van Israël de woorden bekend die u in uw slaapkamer spreekt.
  6. Hij zei toen: Ga op weg en kijk waar hij is, zodat ik er boden opuit kan sturen en hem kan laten halen. Hem werd daarop verteld: Zie, hij is in Dothan.
  7. Toen stuurde hij daar paarden en strijdwagens heen, en een groot leger. Die kwamen 's nachts en omsingelden de stad.
  8. De dienaar van de man Gods stond heel vroeg op en ging naar buiten, en zie, een leger met paarden en strijdwagens omringde de stad. Toen zei zijn knecht tegen hem: Ach, mijn heer! Wat moeten wij doen?
  9. Hij zei: Wees niet bevreesd, want die bij ons zijn, zijn méér dan die bij hen zijn.
  10. En Elisa bad en zei: HEERE, open toch zijn ogen, zodat hij ziet. En de HEERE opende de ogen van de knecht, zodat hij zag; en zie, de berg was vol paarden en strijdwagens van vuur rondom Elisa.

  • God beschermt Zijn kinderen door middel van engelen, maar niet iedereen ziet die engelen. Wie zien in deze geschiedenis de engelen wel en wie (eerst) niet?
  • Wat ziet Elisa’s knecht als de Heere zijn ogen opent? (vers 17)
  • Doen engelen dit nu ook nog steeds? Waarom denk je dat?

Dag 4 Engelen - Voeren Gods straffen uit
Tekst: 2 Koningen 19:20, 32-36 | |
  1. Toen stuurde Jesaja, de zoon van Amoz, deze boodschap naar Hizkia: Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Wat u tot Mij gebeden hebt met betrekking tot Sanherib, de koning van Assyrië, heb Ik gehoord.
  1. Daarom, zo zegt de HEERE over de koning van Assyrië:Hij zal deze stad niet binnenkomen,daar geen pijl in schieten, haar met geen schild tegemoetkomen, en tegen haar geen belegeringsdam opwerpen.
  2. Langs de weg waarover hij gekomen is, zal hij terugkeren, maar deze stad zal hij niet binnenkomen, spreekt de HEERE.
  3. Want Ik zal deze stad beschermen door haar te verlossen, omwille van Mijzelf en omwille van David, Mijn dienaar.
  4. Het gebeurde in diezelfde nacht dat de engel van de HEERE ten strijde trok en in het leger van Assyrië honderdvijfentachtigduizend man neersloeg. Toen men de volgende morgen vroeg opstond, zie, het waren allemaal dode lichamen.
  5. Daarop brak Sanherib, de koning van Assyrië, op. Hij trok weg en keerde naar zijn land terug; en hij bleef in Ninevé.

  • Hoeveel engelen stuurt God in deze geschiedenis om Zijn volk te redden? (vers 35)
  • Wat is de taak van de engelen in deze geschiedenis? Wat is het verschil met de geschiedenis van gisteren? (vers 35)
  • Wat leer jij over engelen vanuit deze geschiedenis?

Dag 5 Engelen - Vertellen het blijde nieuws van Jezus' geboorte
Tekst: Lukas 2:8-15 | |
  1. En er waren herders in diezelfde streek, die zich ophielden in het open veld en 's nachts de wacht hielden over hun kudde.
  2. En zie, een engel van de Heere stond bij hen en de heerlijkheid van de Heere omscheen hen en zij werden zeer bevreesd.
  3. En de engel zei tegen hen: Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal,
  4. namelijk dat heden voor u geboren is de Zaligmaker, in de stad van David; Hij is Christus, de Heere.
  5. En dit zal voor u het teken zijn: u zult het Kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in de kribbe.
  6. En plotseling was er bij de engel een menigte van de hemelse legermacht, die God loofde en zei:
  7. Eer zij aan God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen een welbehagen.
  8. En het geschiedde, toen de engelen van hen weggegaan waren naar de hemel, dat de herders tegen elkaar zeiden: Laten wij dan naar Bethlehem gaan en dat woord zien dat er geschied is, dat de Heere ons bekendgemaakt heeft.

  • Wat is het blijde nieuws dat de engel vertelt? (vers 10, 11)
  • Waarom zegt de engel dat de herders niet bang hoeven te zijn? (vers 10)
  • Hoe zou jij het vinden als er ineens een engel bij je zou komen?

Dag 6 Engelen - Brengen Gods kinderen in de hemel
Tekst: Lukas 16:19-31 | |
  1. Nu was er een zeker rijk mens, die gekleed ging in purper en zeer fijn linnen en die elke dag vrolijk en overdadig leefde.
  2. En er was een zekere bedelaar, van wie de naam Lazarus was, die voor zijn poort neergelegd was, en die onder de zweren zat.
  3. En hij verlangde ernaar verzadigd te worden met de kruimeltjes die van de tafel van de rijke man vielen; maar ook de honden kwamen en likten zijn zweren.
  4. Het gebeurde nu dat de bedelaar stierf en door de engelen in de schoot van Abraham gedragen werd.
  5. En ook de rijke man stierf en werd begraven. En toen hij in de hel zijn ogen opsloeg, waar hij in pijn verkeerde, zag hij Abraham van ver en Lazarus in zijn schoot.
  6. En hij riep en zei: Vader Abraham, ontferm u over mij en stuur Lazarus naar mij toe en laat hem de top van zijn vinger in het water dopen en mijn tong verkoelen, want ik lijd vreselijk pijn in deze vlam.
  7. Abraham echter zei: Kind, herinner u dat u het goede deel ontvangen hebt in uw leven en Lazarus evenzo het kwade. En nu wordt hij vertroost en u lijdt pijn.
  8. En bovendien is er tussen ons en u een grote kloof aangebracht, zodat zij die van hier naar u zouden willen gaan, dat niet kunnen en ook zij niet die vandaar naar ons zouden willen gaan.
  9. En hij zei: Ik vraag u dan, vader, dat u hem naar het huis van mijn vader stuurt,
  10. want ik heb vijf broers. Laat hij dan tegenover hen getuigenis afleggen, opdat ook zij niet komen in deze plaats van pijniging.
  11. Abraham zei tegen hem: Zij hebben Mozes en de profeten. Laten zij naar hen luisteren.
  12. Hij echter zei: Nee, vader Abraham, maar als iemand van de doden naar hen toe zou gaan, zouden zij zich bekeren.
  13. Maar Abraham zei tegen hem: Als zij niet naar Mozes en de profeten luisteren, zullen zij zich ook niet laten overtuigen, als iemand uit de doden zou opstaan.

  • Welke verschillen kun je noemen tussen het leven en sterven van de rijke man en de arme bedelaar?
  • Wat stel jij je voor bij vers 22?
  • Zou je op Lazarus willen lijken? Waarom (niet)?

Dag 7 Engelen - Jezus is meer dan de engelen
Tekst: Hebreeën 1:1-14 | |
  1. Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon,
  2. Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft.
  3. Hij, Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord, heeft, nadat Hij de reiniging van onze zonden door Zichzelf tot stand had gebracht, Zich gezet aan de rechterhand van de Majesteit in de hoogste hemelen.
  4. Hij is zoveel meer geworden dan de engelen als de Naam die Hij als erfdeel ontvangen heeft, voortreffelijker is dan die van hen.
  5. Want tegen wie van de engelen heeft God ooit gezegd: U bent Mijn Zoon, heden heb Ik U verwekt? En verder: Ik zal voor Hem tot een Vader zijn, en Hij zal voor Mij tot een Zoon zijn?
  6. En wanneer Hij vervolgens de Eerstgeborene in de wereld brengt, zegt Hij: En laten alle engelen van God Hem aanbidden.
  7. En van de engelen zegt Hij weliswaar: Die Zijn engelen maakt tot geesten en Zijn dienaren tot een vuurvlam,
  8. maar tegen de Zoon zegt Hij: Uw troon, o God, bestaat in alle eeuwigheid. De scepter van Uw koninkrijk is een scepter van het recht.
  9. U hebt gerechtigheid lief en haat ongerechtigheid. Daarom heeft Uw God U gezalfd, o God, met vreugdeolie, boven Uw metgezellen.
  10. En: In het begin hebt U, Heere, de aarde gegrondvest, en de hemelen zijn de werken van Uw handen.
  11. Die zullen vergaan, maar U blijft altijd. En ze zullen alle verslijten als een gewaad,
  12. en als een mantel zult U ze oprollen en ze zullen verwisseld worden; maar U bent Dezelfde en Uw jaren zullen niet ophouden.
  13. En tegen wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten?
  14. Zijn zij niet allen dienende geesten, die uitgezonden worden ten dienste van hen die de zaligheid zullen beërven?

  • Wat doen de engelen volgens vers 14? Wat betekent dat?
  • Wat zegt de Heere tegen de engelen en wat zegt Hij tegen Jezus in vers 5 tot en met 13? Wat leer je daarvan?
  • Hoe kun jij de Heere Jezus aanbidden en Hem dienen?

Ere zij aan God de Vader
Heilig, heilig, heilig
Hoor, de eng’len zingen d’eer
Petrus in de gevangenis
Petrus in de gevangenis Free Bible Images

In deze platenserie wordt de geschiedenis afgebeeld die bij de uitleg van het kernwoord verteld wordt.

Omringd door engelen ABC van het geloof

Op het tabblad Verwerking vind je een opdracht bij dit filmpje.

Opdracht 1: Woordweb Engelen

Nodig: groot vel papier, stiften

In deze opdracht ontdek je wat je al weet over engelen.

  • Schrijf het woord ‘engelen’ in het midden van het papier. Teken er een grote vleugel omheen.
  • Waar denk jij aan bij engelen? Schrijf die woorden (in verschillende kleuren) om de vleugel heen.
  • Als je het lastig vindt, kunnen de volgende vragen je misschien helpen.
    • Weet je namen van engelen?
    • Hoe zien engelen eruit?
    • Wat doen engelen?
    • In welke bijbelverhalen komen engelen voor?

Opdracht 2: Engelen dienen Jezus

Nodig: groot vel papier, stiften

Verdeel het papier in vier kolommen. Schrijf boven de kolommen: Welke gebeurtenis? | Hoeveel engelen? | Wat doet de engel? | Wat zegt de engel?

In verschillende verhalen over de Heere Jezus hebben engelen een belangrijke rol. Zoek (een aantal van) de volgende bijbelgedeelten op. Schrijf in elke kolom het antwoord op de vraag erboven.

  • Lukas 1:26-38
  • Mattheüs 1:18-25
  • Lukas 2:8-15
  • Mattheüs 2:13-14
  • Mattheüs 4:8-11
  • Lukas 22:39-43
  • Mattheüs 28:1-7
  • Handelingen 1:9-11
  • Mattheüs 24:31

Praat tenslotte met elkaar over de volgende vragen:

  • Hoe dienen engelen de Heere Jezus?
  • Hoe wil God dat wij dat doen? Lees hier wat de Heidelbergse Catechismus daarover zegt.

Opdracht 3: Omringd door engelen

Kijk naar het filmpje ‘Omringd door engelen’ op tabblad ‘Kijk’. Praat met elkaar over de volgende vragen:

  • Hoe vind je het dat engelen mensen kunnen helpen en beschermen?
  • Ken je verhalen uit de Bijbel waarin gelovigen ook beschermd werden door een engel?
  • Aan wie belooft de Heere bescherming door engelen? (Psalm 91:11,12)
  • Heb je zelf weleens iets gemerkt van de aanwezigheid van engelen?

Werkblad: Veelgestelde vragen over engelen

Download het werkblad, lees de tekst en maak de verwerkingsopdracht over engelen.

Downloads

Werkblad - Veelgestelde vragen over engelen Werkblad Download

Gerelateerde kernwoorden

Optie 1

Eenmalige gift

Steun ABC van het geloof met een eenmalige gift via iDEAL, simpel en direct. Je kunt zelf het bedrag invullen.

Optie 2

Steun ABC

Wil je meer mogelijkheden om een gift te geven? Ga dan naar de donatiepagina voor meer informatie en om daar te doneren.